Studievaardigheden
Naam: (*)
Ongeldige invoer
Waar staan de woorden in alfabetische volgorde?
A. glans - glansrijk - glasbak - glanzen
B. glansrijk - glans - glanzen - glasbak
C. glans - glasbak - glanzen - glansrijk
D. glans - glansrijk - glanzen - glasbak
Ongeldige invoer




Schatten. Hoeveel procent van de kinderen gaat lopend naar de uitwedstrijd?

A. 10%
B. 20%
C. 25%
D. 75%
Ongeldige invoer




Sanne zoekt informatie over de schilder Johannes Vermeer. In welk deel van de encyclopedie moet ze zoeken?
A. Deel 1: A-F
B. Deel 2: G-L
C. Deel 3: M-S
D. Deel 2: T-Z
Ongeldige invoer




In welke leeftijdscategorie zijn de meeste kinderen?

A: 1 t/m 2 jaar
B: 3 t/m 4 jaar
C: 5 t/m 6 jaar
D: 7 t/m 8 jaar
Ongeldige invoer




Tico wil op zijn verjaardag met zijn klasgenoten gaan lasergamen in Eindhoven. Welke zoekwoorden kan hij het best in de zoekmachine op internet intypen?
A. lasergamen + verjaardag + grote stad
B. lasergamen + kinderen + Eindhoven
C. lasergamen + klasgenoten + grote stad
D. kinderen + verjaardag + Eindhoven
Ongeldige invoer




Theater Cito houdt maandelijks d.m.v. stempels bij hoeveel muzikanten er optreden.
Hoeveel muzikanten stelt 1 stempel voor?
A. 10
B. 20
C. 22
D. 30
Ongeldige invoer




Shanna wil weten of pinguïns op het noordelijk en/of het zuidelijk halfrond voorkomen. Waar kan ze dat het best in opzoeken?
A. in het leesboek "Pungi, de slimme pinguïn"
B. in een woordenboek
C. in het natuurboek "Leven in de zee"
D. in het natuurboek "Pinguïns"
Ongeldige invoer




Bestudeer onderstaande tekst:
Ontwikkeling der primaten
Zo'n 25 miljoen jaar geleden ontwikkelde een deel van de apen zich tot de grote mensapen en een ander deel tot de kleine mensapen. Een voorbeeld van de laatst genoemde soort is de Gibbon. Een deel van de grote mensapen ontwikkelde zich verder tot hominiden (mensachtigen), Gorila's en Chimpansees. Deze apen hebben grote hersenen en een smalle neus. Een ander deel van de grote mensapen ontwikkelde zich verder tot Orang-Oetans.


Welk schema past bij deze tekst? De schema's vind je hier.
A. Schema A
B. Schema B
C. Schema C
D. Schema D
Ongeldige invoer




Welke bewering is waar?

A. De industrie was in 2002 voor 1/3 deel verantwoordelijk voor de uitstoot van fijn stof.
B. Consumenten waren in 2002 voor 1/20 deel verantwoordelijk voor de uitstoot van fijn stof.
C. De landouw was in 2002 voor 1/5 deel verantwoordelijk voor de uitstoot van fijn stof.
D. De transportsector was in 2002 voor 1/3 deel verantwoordelijk voor de uitstoot van fijn stof.
Ongeldige invoer




Welk stuk heeft Ilse het meest gas gegeven in haar auto?

A. In de periode: 0-1 minuten.
B. In de periode: 3-5 minuten.
C. In de periode: 5-9 minuten.
D. In de periode: 9-13 minuten.
Ongeldige invoer